Karin Perdaems maakt waterstof op haar eigen erf
Op het bord aan het erf van Karin en Mark Perdaems staat ijs, sap, kip en knoflook. Daar komt binnenkort waterstof bij. Vakblad Sterke Erven kwam langs en schreef een uitgebreid verhaal over de installatie die op hun bedrijf bij Lelystad bijna klaar is.
Karin en Mark werken al jaren aan een bedrijf dat zoveel mogelijk op eigen kracht draait. Tarwe en veldbonen van eigen land gaan naar de kippen, de pluimveemest gaat terug naar de akkers met aardappelen, uien, wortelen en knoflook. Die kringloopgedachte trokken ze later door naar energie. In 2012 kwam er vloerverwarming met een warmtepomp in de nieuwe pluimveestal en gingen ze elektrisch rijden, in een tijd dat daar nog nauwelijks regelingen voor waren. Daarna volgden een elektrische heftruck en zonnepanelen. Op deze locatie alleen al liggen er inmiddels 1.500.
Waar elektrisch ophoudt
Al doende ontdekten ze ook waar het schuurt. In de schuur bevalt de elektrische heftruck prima: stil, geen uitlaatgassen, en stroom is er genoeg. Maar bij het rooien van wortels is de accu van de elektrische trekker om een uur of vier leeg, terwijl het werk dan nog lang niet af hoeft te zijn. Ook de warmtepomp in de kippenstal komt tekort. Als een koppel eruit is, wordt de vloer schoongemaakt, ontsmet en natgemaakt, en binnen een week moet hij weer op dertig graden staan voor de eendagskuikens. Met vier weken de tijd zou het lukken. Met één week niet.
Waterstof heeft dat probleem niet. Het gedraagt zich als een fossiele brandstof en levert in korte tijd veel vermogen. Toen Karin in 2022 de Nationale Waterstofdag bezocht, wist ze het meteen: deze kant moeten we op.
Van idee naar installatie
Alleen liep ze vast op het kip-en-eiprobleem. Wie investeert in waterstofproductie zonder afnemers, en wie koopt een waterstofvoertuig als je nergens kunt tanken? Investeerders vonden het interessant, maar niemand zette de eerste stap. Pas toen Karin het plan in 2024 bij ons bestuur neerlegde, kwam er beweging in.
Dat kwam doordat het aansloot op een probleem dat veel van onze leden herkennen. Vanwege de vlieghoogten rond de luchthaven mogen wij geen windmolens plaatsen, zelfs geen kleine boerderijmolen. Daar komt netcongestie bij, en de salderingsregeling die wordt afgebouwd. Wie in de zomer stroom overhoudt, gaat daar straks geld op toeleggen.
Met een subsidie uit Kansen voor West lieten vijftien leden uitrekenen wat waterstof voor hun eigen bedrijf zou betekenen. Van melkveehouder tot fruitteler tot akkerbouwer, met heel verschillende hoeveelheden zon op het dak. Toch kwam er een opvallend eenduidig beeld uit: gemiddeld gebruiken de bedrijven maar zo’n 30 procent van hun eigen opgewekte stroom zelf. Met een waterstofsysteem zou dat kunnen oplopen naar 80 à 90 procent.
Vijf koplopers
Met die cijfers in de hand kwam er een vervolgproject. Vijf bedrijven, waaronder dat van Karin, plaatsen dit jaar een eigen installatie. Elk met een ander energieprofiel: veel zon, weinig zon, een combinatie met wind en een melkveebedrijf. Hogeschool Saxion volgt de resultaten en verwerkt de data, zodat we weten of de berekeningen in de praktijk kloppen.
Bij Karin op het erf staat het systeem er inmiddels bijna helemaal. Het hart is een elektrolyser van 20 kilowatt, die overtollige zonnestroom gebruikt om water te splitsen. De waterstof gaat onder druk in gasbundels, samen goed voor ongeveer 5 megawattuur. Daarnaast staat er een accu van 100 kilowatt voor de korte pieken, bijvoorbeeld als tijdens het dorsen van veldbonen ineens meerdere ventilatoren aanslaan. De waterstof is bedoeld voor de maanden waarin de panelen structureel te weinig opleveren.
Stroom als oogst
Karin praat liever niet over een verdienmodel. De energie is in de eerste plaats bedoeld voor het eigen bedrijf. Maar de boer als energieleverancier vindt ze geen gekke gedachte: boeren zijn gewend te produceren wanneer de omstandigheden goed zijn en te bewaren tot de vraag er is. De zon van deze zomer eten we in de winter op, in de vorm van een aardappel.
“Stroom is eigenlijk net zo goed een agrarisch product”, zegt ze daarover.
Dat het rendement van waterstof laag is, bestrijdt ze niet. Van een kilowattuur stroom blijft na omzetting en teruglevering via een brandstofcel ongeveer 0,3 kilowattuur over. Wel vindt ze dat bij andere energiedragers minder streng naar de hele keten wordt gekeken. Vloeibaar aardgas uit de Verenigde Staten moet gewonnen worden, vloeibaar gemaakt, de oceaan over en hier weer geschikt gemaakt voor gebruik. Ook daar blijft niet meer dan 40 tot 50 procent van over.
Lees het hele interview
Het interview met Karin verscheen op 4 september in Sterke Erven. Tekst: Bart van de Laak. Beeld: Annie Damhof.
Lees het artikel op sterke-erven.nl
Wil je volgen wat we in dit traject tegenkomen? Op energievandelelystadseboer.nl leggen we ons proces vast en beantwoorden we de vragen die het vaakst worden gesteld.
